Archive for the ‘Het laatste Woord, MarketingTribune’ Category

Niet-loyale klanten zijn goud

Tuesday, April 5th, 2011

Zelden ben ik echt enthousiast over de dienstverlening van een bedrijf, maar nadat ik onlangs fantastisch werd geholpen door de ANWB Wegenwacht, heb ik hierover veelvuldig verteld. Ik had nooit zoveel met de ANWB. De Kampioen gaat meestal rechtstreeks op de stapel oud papier. Al die handige tips hebben iets tuttigs. Het haalt het spannende van reizen er een beetje af. En de doelgroep ‘iedereen in Nederland’ geeft een soort V&D en TROS-gevoel. Bedoeld voor iedereen en dus niet voor mij.

Maar toen ik in de kou stond te wachten en de monteur, ruim binnen de voorspelde wachttijd, kwam aanrijden, kon hij rekenen op een warme ontvangst. Zijn commitment om mij echt te helpen was verrassend groot. Toen na vele pogingen mijn auto nog geen kick gaf, werd ik door hem thuisgebracht. Mijn auto zou, op een voor mij passend moment, naar mijn garage worden getransporteerd. Als autorijder kun je toch niet zonder de Wegenwachthulp van de ANWB?

Maar wat heeft de ANWB eigenlijk aan zo’n enthousiaste klant? Is mijn positieve verhaal voor hen van waarde? Een recent artikel in International Journal of Market Research stelt dat het natuurlijk leuk is als mensen positief over je praten, maar dat de effectiviteit ervan sterk afhankelijk is van wie het verhaal vertelt.

Het blijkt dat de verhalen van mensen die niet loyaal zijn aan het merk de meeste impact hebben. De oorzaak ligt waarschijnlijk in het feit dat positieve verhalen van loyale klanten als gekleurd worden beschouwd, of dat loyale klanten zich al vaker positief over het merk hebben uitgelaten. De impact van niet-loyale gebruikers blijkt uit dit onderzoek 20% groter dan loyale gebruikers.

Voor ANWB is mijn positieve ervaring met de Wegenwacht dus wel degelijk goed nieuws: ondanks mijn enthousiasme over de dienstverlening, zal de Kampioen niet mijn lijfblad worden en hoop ik de Wegenwacht zeer sporadisch nodig te hebben. Ik word dus geen frequente gebruiker. Op die manier kan ik optimaal effect realiseren met het overbrengen van positieve Word of mouth op de mensen in mijn omgeving, mocht ik onverhoopt toch nog een keer met een kapotte auto langs de weg staan.

Is min keer min plus?

Monday, March 14th, 2011

Het zal niemand ontgaan zijn: Nokia en Microsoft bundelen hun krachten om hun beider achterstand op de smartphonemarkt in te lopen. Het lukte Microsoft zelf niet om het marktaandeel in computersoftware om te zetten naar de mobiele markt. Tegelijkertijd kon Nokia met Symbian de marktaandeelgroei van Android niet bijhouden. Maar is het wel een kansrijke strategie om elkaars zwakten te compenseren en vanuit de achterhoede het gevecht te leveren?

In relatie tot deze case zijn een aantal principes uit de merktheorie interessant. Zo stelden Ries en Trout al in 1993 dat het er niet om gaat de beste in een categorie te zijn, maar om de eerste te zijn, want dan word je het beste onthouden: Smartphones = Apple. Volgers zullen consumenten ervan moeten overtuigen dat ze beter zijn dan de eerste. Zij kunnen zich slechts positioneren op één attribuut en dat heeft minder impactvol.

Omdat er altijd maar één de eerste kan zijn, bieden Ries en Trout een alternatief: als je niet de eerste kunt zijn, creëer dan een nieuwe categorie, waarin je wel de eerste bent. Een derde principe luidt: uiteindelijk ontaardt elke markt in een race tussen twee merken. Denk aan Coca Cola versus Pepsi, of iPhone versus Adroid. Het merk op de derde plaats bungelt er vrijwel altijd achter aan.

Als we Ries en Trout volgen, dan zouden Nokia en Microsoft zich dus helemaal niet moeten richten de al door Apple geclaimde smartphonemarkt. Ze zouden hun energie moeten stoppen in het ontwikkelen van een eigen (sub)categorie, waarin ze leidend kunnen zijn. Co-branding kan daarvoor een prima strategie zijn.

Succesvolle co-branding vereist overigens wel dat er wordt gekapitaliseerd op de unieke competenties van de individuele merken en dat er een sterk concurrerende propositie ontstaat. Denk aan Douwe Egberts en Philips, die met Senseo espressoachtige koffie voor thuis introduceerden, of aan Krups en Heineken, die met Beertender een tapbiertje thuis mogelijk maakten.

De reacties van analysten en journalisten op de samenwerking van Nokia en Microsoft waren overwegend negatief. Als Nokia en Microsoft willen bewijzen dat alle kritiek onterecht was, moeten ze niet elkaars zwakten compenseren, maar nieuwe marktkansen creëren. Alleen merken die nieuwe markten creëren, worden gezien als leiders.

Making Sense

Saturday, February 5th, 2011

Dankzij mijn Philips Wake-up Light word ik elke ochtend opgewekt wakker. Ik heb dit Philips product ooit gekocht, door de enthousiaste verhalen die anderen erover vertelden. En dat blijkt geen toeval. Philips beoordeelt nieuwe producten op de promotiewaarde en hanteert een communicatiestrategie gebaseerd op het likeability-principe, waarbij het stimuleren van word-of-mouth met gebruik van online media centraal staat. Met een aansprekend product en opvallende communicatie, stimuleert Philips mensen om over het merk te gaan praten. Op deze manier ontstaat positieve energie rond het merk en worden keuzes beïnvloed.

McKinsey publiceerde in 2009 al een studie, waarin werd beschreven hoe de besluitvorming van consumenten veranderd is, sinds de komst van internet. Er is niet langer sprake van een funnel waarbij de keuze wordt gemaakt uit een mentale shortlist van merken (de consideration set), maar er worden juist tijdens het keuzeproces nieuwe opties aan de shortlist toegevoegd. Meningen, oordelen en aanbevelingen van anderen spelen daarbij een belangrijke rol. En sinds de komst van internet is die invloed verveelvoudigd. Een mooie merkbelofte doen, volstaat dus niet meer. Over een succesvol merk wordt positief gesproken.

Onlangs hoorde ik over Philips DirectLife, een bewegings-registratiekastje dat je dagelijkse bewegingen registreert. De data die worden verzameld zet je op je computer, waardoor je inzicht krijgt in jouw activiteitsniveau gedurende de dag. Kinderen naar school brengen, autorijden, een presentatie geven. Regelmatig contact met een echte Philips-coach stimuleert je om je dagelijkse bewegingsniveau te verbeteren. Maar de echte waarde zit natuurlijk in het delen van je activiteitenniveau in een online-omgeving met gelijkgestemden. De sociale controle en onderlinge competitie die dat met zich meebrengt, is precies wat je nodig hebt om het vol te houden om dagelijks meer te gaan bewegen.

Voor mij was de Wake-up Light het eerste Philips product dat ik kocht sinds de Senseo jaren geleden. En dat terwijl Philips al die tijd veel communicatiegeld investeerde om zijn belofte Sense and Simplicity voor het voetlicht te brengen. Philips begrijpt nu dat je spraakmakende producten en communicatie nodig hebt om een merk te bouwen in het digitale tijdperk.

Positie kiezen

Friday, January 7th, 2011

Een nieuw bedrijf beginnen is een logisch moment om de grootbanken nog eens de revue te laten passeren. Waar zouden we een nieuwe bankrekening willen openen? ING meldt in nieuwste reclamecampagne dat het de bank kan zijn die je zou willen hebben. En ABN stelt dat het de bank van vandaag is. Beide bieden daarmee echter weinig houvast. Wat er is nu zo bijzonder aan deze banken, dat ik voor hen zou willen kiezen? De zakelijke banken tonen zich gecommitteerd aan hun klanten, maar waar staan ze nou eigenlijk zelf voor?

Een goede positionering is niet alleen het antwoord op  een relevante klantbehoefte, maar is ook verbonden met de kernkwaliteiten van de organisatie. Denk bijvoorbeeld aan de veelvuldig bekroonde Interpolis-case die enerzijds is gebaseerd op de consumentenbehoefte aan transparantie en anderzijds op de unieke organisatiecultuur. Als de glasheldere verzekeraar in een verzekeringsmarkt, die gekenmerkt werd door wantrouwen en ondoorzichtigheid, maakte Interpolis als de betrouwbare verzekeraar het verschil.

Een ander voorbeeld is de recentelijk met een Grand Effie bekroonde Albert Heijn-case. Tien jaar geleden was Albert Heijn een ‘yuppensupermarkt’ geworden, met een prijsperceptieprobleem. De heldere strategie, gebaseerd op de positionering ‘Het alledaagse betaalbaar en het bijzondere bereikbaar’, lag aan de basis van werkelijke prijsverlagingen en een consequent uitgevoerde communicatiestrategie. Op basis van de scherpe positionering werd de uitgangspositie van het merk in de retailmarkt structureel verbeterd, staat er in het Effie-juryrapport geschreven.

Een scherpe positionering is dus een onmisbare basis voor een sterk merk. De merkpositionering zegt wat er zo bijzonder is aan het merk, hoe het zich onderscheidt van concurrenten en waarom het dus een plek verdient in ons geheugen en uiteindelijk in ons gedrag. Merkorganisaties anno nu beginnen daarom bij het ontwikkelen van een duidelijke, onderscheidende positionering en nemen die positionering als vertrekpunt voor alle merkactiviteiten. Zoals het zovaak gaat, vechten er twee honden om een been en gaat de derde ermee heen. Je kunt vast wel raden voor welke bank we uiteindelijk hebben gekozen.

Lustobject

Monday, November 22nd, 2010

In de heftige strijd om aandacht zoeken adverteerders continu naar manieren om op te vallen. Rob Heilbron van Sapph weet wel hoe je dat doet: vrouwen simpelweg afbeelden als lustobject. De impact van zijn uitdagende aanpak is onmiskenbaar groot. Hij drukt er zelfs Marlies Dekkers mee in de verdediging.

Maar werkt het nou echt om vrouwen simplistisch neer te zetten als playmate? Ik kan me niet voorstellen dat het vrouwen aanzet tot het kopen van het merk. Zelf loop ik met een grote boog om Sapph heen, maar volgens Heilbron werkt het wel degelijk. Jonge vrouwen zitten volgens hem namelijk helemaal niet te wachten op vrouwvriendelijke reclames.

Hij beweert daarmee het tegenovergestelde van Jane Cunningham en Philippa Roberts, auteurs van Inside her pretty little head. Hun onderzoek laat zien dat zeventig procent van de vrouwen dergelijke reclames opvat als een belediging en dat de helft vindt dat reclamemakers geen idee hebben wat vrouwen belangrijk vinden. Dit type reclame-uitingen zegt dus meer over de dromen van mannelijke reclamemakers dan over de ideaalbeelden van vrouwen. Geen goede basis voor een succesvol vrouwenmerk lijkt me.

Wat werkt dan wel? Volgens Stichting Talent naar de Top wordt de kans op succes groter met meer vrouwen in de top van de onderneming. Dit initiatief van overheid en bedrijfsleven is bedoeld om het aantal vrouwen in topposities bij Nederlandse ondernemingen te vergroten. Volgens Talent naar de Top hebben organisaties met meer vrouwen in de top een betere aansluiting bij de doelgroep, wat leidt tot een groter concurrentievoordeel op de langere termijn.

Zo beschouwd heeft Marlies Dekkers de beste kaarten in handen: er staat een vrouw aan de top en zij heeft in het verleden bewezen met haar prikkelende merk en lingeriecollecties perfect aan te sluiten bij de fantasieën en avonturen van vrouwen op het gebied van erotiek en verleiding. Dus Marlies, laat je niet afleiden door een challenger. Wees het leidende lingeriemerk en blijf prikkelen op een manier die vrouwen wel aanspreekt. De kans is dan groot dat jij uiteindelijk aan het langste eind trekt.

Hebberig

Sunday, October 24th, 2010

Wie wordt niet hebberig als Apple een nieuw product introduceert? Dankzij de gebruiks-vriendelijkheid en de wit glanzende, organische vormgeving ben ik inmiddels in het bezit van een iPod, MacBook, iPhone en iPad. De waarde van een goed vormgegeven product wordt door veel organisaties onderkend, maar het blijft vaak onduidelijk wat deze precies is. Daarnaast is de afstand tussen het designproces en marketing & communicatie vaak groot. De design-Effie heeft het om deze redenen dan ook niet gehaald.

Het recente onderzoek van BNO laat zien dat een nieuw product 20 procent meer oplevert, als tijdens de ontwikkelingsfase veel aandacht aan design is besteed en als er ontwerpers bij betrokken zijn. 
Een directe aansporing aan merkeigenaren om design toch wat serieuzer te nemen. En daar hebben ze natuurlijk gelijk in. Want de verschijning van een merk is een van de belangrijke peilers van de merkkracht.

Met het toenemen van het aantal communicatieprikkels en het groeiende belang van aantrekkingskracht (pull), wordt design alleen maar belangrijker. Elke productaankondiging door Apple wordt door miljoenen Apple lovers op de voet gevolgd. Daar komt geen massamediale reclamecampagne aan te pas.

Om de accountability van design bloot te leggen, zullen we beter naar de werking van design moeten gaan kijken. De Swocc-publicatie Merkdesign een ruwe diamant in merkenland zette met het overzicht van de bijdragen die design kan leveren een goede eerste stap: design stuurt prijs- en kwaliteitspercepties, het geeft invulling aan de merkpersonificatie, het bevestigt de positionering in de markt, het vergroot de zichtbaarheid van een organisatie en verheldert de organisatiestructuur. Door heldere doelstellingen te formuleren en, op basis van de veronderstelde werking, evaluatiecriteria te bepalen en meetmethodieken te ontwikkelen, kan een leerproces ontstaan.

Uitzicht op 20 procent meer winst op een nieuw product zou een stimulans moeten zijn om het creatieve designproduct te rationaliseren. En als een aantal merkeigenaren deze handschoen oppakt, wordt design vanzelf een geïntegreerd onderdeel van merkmanagement. Wellicht komt de Effie voor design dan ook weer in beeld.

De waarde van enthousiasme

Tuesday, October 19th, 2010

Coca cola was mijn eerste merkliefde. Mijn kamer was rood van alle Coca Colaspullen die ik had verzameld. Voor merken is het fijn om fans te hebben. Fans kopen hun favoriete merk herhaaldelijk zonder dat de marketeer daar al te veel moeite voor hoeft te doen. Ze krijgen dan ook veelal dezelfde boodschap op zich afgevuurd als de gemiddelde consument. Dit lijkt een gemiste kans.

Onderzoek van Philips en Synovate uit 2005 toont aan dat de mate waarin iemand enthousiast praat over het merk een veel sterkere relatie heeft met loyaal koopgedrag, dan merkvoorkeur. Daarnaast heeft enthousiasme sterke invloed op het gedrag van andere mensen. Rijn Vogelaar van Blauw Research wijst ook op de waarde van de enthousiasteling. Hij introduceert de term superpromoter voor mensen die enthousiast zijn over een merk, hun enthousiasme graag delen en invloed hebben op anderen.

Juist nu het met online sociale netwerken nog makkelijker is om snel en gericht ervaringen met anderen kan delen, is het logisch om je als merkeigenaar juist op de fans te richten. Er zijn verschillende manieren om dat te doen. Merken kunnen het enthousiasme verder stimuleren door hun fans unieke merkervaringen te bieden. Denk aan het uitnodigen van mensen in de fabriek van hun favoriete merk, of hen een preview geven van de nieuwe reclamecampagne. Dit levert direct winst op: de aansprekende activiteiten versterken het enthousiasme bij de fans. Op hun beurt beïnvloeden zij gedragsveranderingen bij de mensen binnen hun netwerk.

Sommige merken gaan nog een stap verder en benutten sociale media om de uitwisseling tussen mensen te stimuleren. Het merk bestookt de consument niet met boodschappen, maar wordt onderdeel van de persoonlijke leefwereld. Door continu nuttig te zijn, of iets aantrekkelijks te bieden, wordt de interesse in het merk telkens opnieuw gevoed. Zo ontstaan duurzame lange termijn merkrelaties.

Ook Coca Cola benut de waarde van de merkfan van vandaag en zet sociale media in om uitwisseling van merkervaringen onderling te stimuleren. Om een idee te geven: op dit moment heeft Coca Cola 11.294.295 vrienden op facebook en 108.389 followers op Twitter. Wie van deze 11.402.684 mensen heeft er interesse in mijn oude Coca Cola verzameling?

Het merk Nederland

Thursday, September 16th, 2010

Onze reputatie als tolerant, sociaal en beschaafd land is in verval. Tijdens mijn vakantie in Toscane werd ik spontaan aangesproken door een Italiaanse man: “Je moet me toch eens vertellen, hoe zit het nu met Nederland. Hoe heeft die Geert Wilders toch zo veel invloed kunnen krijgen?” Hij vertelde dat hij altijd veel waardering heeft gehad voor Nederland, in zijn ogen een voorbeeldland in Europa. Het is duidelijk dat zijn waardering voor Nederland door de politieke verschuivingen en de invloed van de populistische PVV is afgenomen. En ik kan hem geen ongelijk geven.

Maar niet alleen op politiek gebied is onze reputatie verzwakt. Het agressieve voetbal tijdens de WK-finale en de negatieve publiciteit in verschillende buitenlandse kranten daarna, hebben de associaties van Nederland met mooi voetbal niet bevestigd. De nationale trots die in Nederland tijdens de aanloop naar de finale ontstond, verdween weer net zo vlug.

Ik voel me, kortom, geen vertegenwoordiger van een land op trots op te zijn. Hoe anders was dat eind jaren tachtig. “Ahhh, Olandesi!” begroette de taxichauffeur in Milaan ons toen uitbundig. Ik was trots op Nederland, op de openheid van ons land en de impact die we in de wereld hadden. Van Basten en Gullit en het mooie Nederlandse voetbal zorgden ervoor dat we overal met veel enthousiasme werden ontvangen.

Wat kunnen we doen om het tij te keren? Hoe krijgen we het merk Nederland in de lift? Veel merken krijgen in hun bestaan te maken met perioden van verval. De introductie van een nieuw product, een nieuwe systeem of een nieuwe communicatiecampagne kunnen ervoor zorgen dat een merk in de tijd relevant blijft. Denk aan het belang van de introductie van de iPod voor Apple, Senseo voor Douwe Egberts of de transformatie van Wehkamp naar een online shop.

Net als andere merken waarvan de merkkracht daalt, heeft het merk Nederland een nieuwe impuls nodig. Fantastisch dat Maxima in de coulissen staat te trappelen om zich voor ons land in te zetten. Maar ik ben bang dat we voor het versterken van het merk Nederland meer nodig hebben dan een opgefrist koningshuis.

Sterke merken in de toekomst

Monday, June 14th, 2010

Foto bij columnOnlangs werd bekend gemaakt dat Facebook de meest bezochte website in de VS is, binnen een periode van een week bezien. Een plek die sinds 2007 werd ingenomen door Google. Internet gebruikers in Amerika besteden dus niet langer de meeste tijd aan zoeken, portals en seksvideo’s, maar aan netwerken en socialiseren. Een ware doorbraak en een teken van wezenlijke verandering van het gedrag van internet gebruikers.

Ook in Nederland zien we deze ontwikkeling en neemt de communicatie tussen mensen via het gebruik van sociale media gestaag toe. Elke merkeigenaar zou van deze verandering wakker moeten liggen. Want hoe kan jouw merken in die sociale contexten een plek krijgen en hoe vestig je dan de aandacht op de merkboodschap?

Het begint met een fundamentele verschuiving in het marketingcommunicatiedenken. Het bouwen van sterke merken in het huidige tijdperk vereist een heel ander vertrekpunt dan het vertrouwde AIDA-model. De focus zou niet moeten liggen op het realiseren van een groot bereik, maar juist het creëren van relaties met doelgroeppersonen, waarlangs boodschapoverdracht tot stand kan komen. Het ontwikkelen van deze relaties wordt mogelijk als merken werkelijk relevant zijn en aansluiten op dagelijks media-gebruik. De belangrijkste vraag voor de hedendaagse marketeer luidt dus: “Welke rol kan mijn merk spelen in het dagelijks leven van mensen, zodat er contact tussen mijn merk en de doelgroep ontstaat?”

Er zijn meer wegen die naar Rome leiden. De eerste optie is entertainment bieden, waar de doelgroep aandacht aan wil besteden en graag doorvertelt aan zijn vrienden. Een andere optie is het bieden van functionele waarde, bijvoorbeeld in de vorm van een functionaliteit die leidt tot regelmatig gebruik. De focus ligt dan op het creëren of controleren van content binnen een specifiek domein. Hierbij geldt dat de gebruikers op elk door hen gewenst moment de mogelijkheid hebben om in contact te treden met het merk.

Lig je als je merkeigenaar wakker van deze veranderingen, kom dan naar onze presentatie over Brand Programming. We lichten toe hoe je als adverteerder de verschuiving van push naar pull kunt maken en hoe je invulling geeft aan continue merkaanwezigheid, een belangrijke basis voor een sterk merk in de toekomst.

De dood en het merk

Monday, May 17th, 2010

Foto Column 5Nationale Nederlanden gaat ervoor. Met hand in eigen boezem, gezien de woekerpolissen en de financiële crisis, belooft de verzekeraar beterschap. Nationale Nederlanden wil het vertrouwen van de consument terug winnen. De route die de verzekeraar kiest is helder: in onzekere tijden zijn mensen op zoek naar houvast en geneigd om terug te grijpen op het oude vertrouwde. Daar wil Nationale Nederlanden op inspringen en van profiteren.

De verzekeraar zegt er te zijn voor het Nederland van nu: Het Nederland van de nieuwe onzekerheden, zoals ze het zelf formuleren. Deze herpositionering deed me denken aan een wetenschappelijk artikel dat ik onlangs las. Onderzocht werd hoe merkvoorkeur wordt beïnvloed door de mediacontext en dan specifiek door het nieuws van de dag. Door de angst en onzekerheid die ontstaat bij de confrontatie met nieuwsberichten waarin de dood voorkomt, worden direct patriottische gevoelens opgeroepen bij mensen. Deze vaderlandlievende gevoelens versterken vervolgens de voorkeur voor nationale merken ten opzichte van merken die geen link met het vaderland hebben.

Merken kunnen van deze vaderlandlievende gevoelens gebruikmaken, door hun nationale karakter te bevestigen en op de gevoelens van angst en onzekerheid onder de consumenten in te spelen. Dit lijkt precies het principe waar Nationale Nederlanden gebruik van maakt. Er wordt bevestigd dat Nederland onzeker is, om vervolgens een warme deken over ons uit te spreiden. En oh, dat voelt heerlijk comfortabel en veilig. Maar niet alleen Nationale Nederlanden volgt deze route. Ook politieke partijen weten dit principe voor zich te laten werken. Ik denk natuurlijk aan de PVV en Trots op Nederland.

Ik hoop voor Nederland dat in de aanloop naar de verkiezingen op 9 juni de kranten niet bol zullen staan met dodelijke ongelukken en aanslagen. Dat verkleint immers de kans dat de zwevende kiezer alsnog wordt aangetrokken tot de PVV. Mocht dat helaas niet zo zijn, dan ben ik uit angst geneigd om voor de Nationale Nederlanden te gaan.